Mijmer er eens even lekker over weg, het auteursrecht dat, volgens de huidige wet, pas verloopt zeventig jaar na je dood. Heb je in 2010 een boek geschreven, houden je kindskinderen daar in pakweg het jaar 2110 nog een grijpstuiver aan over – aangenomen dat je rond 2050 sterft. Prachtig en volstrekt terecht, of totaal achterhaald en niet meer van deze (of volgende) eeuw?
GroenLinks heeft de discussie over auteursrecht op scherp gezet door in het concept-verkiezingsprogramma te pleiten voor een auteursrecht van tien jaar na de eerste openbaarmaking – hoewel Femke Halsema daar inmiddels genuanceerder over schreef. Schrijver dezes krijgt het er warm van: ze publiceerde een boek in 1999, en dat zou dan nu vogelvrij zijn. Geld brengt het boek al lang niet meer op, afgezien dan van jaarlijks een paar tientjes uitleenvergoeding via Lira. Maar wat zou er met die tekst gebeuren na het verlopen van het auteursrecht?
Een ander gaat ermee aan de haal, haalt er stukjes uit, voegt er hier en daar wat aan toe, geeft er een nieuwe draai aan, een eigen interpretatie. Dat kan goed aflopen en een vernieuwing, een verrijking zijn. Maar ook een absoluut gruwelscenario: je eigen werk terugzien, maar dan geheel verknoeid. Dat kan nu óók gebeuren – er wordt wat afgeknipt en geplakt op internet – maar nu kun je er in ieder geval iets tegen doen. Wat als dat niet meer kan, omdat je na tien jaar je auteursrecht van rechtswege verliest? Is dat vooral een financiële aderlating, of een creatieve nachtmerrie?
Mijmer met ons mee: tien jaar auteursrecht, waar zit voor jou de pijn? Of vind je het juist een prima idee?