Journalistieke Juweeltjes volgens freelancer Bette Dam


Geplaatst: 04-06-2010
Geplaatst in: Algemeen

Freelance journalisten die zelf een boek schreven én in het nieuws waren, vertellen exclusief voor de FLA welke boeken hén inspireerden. In de eerste aflevering van Journalistieke Juweeltjes: Bette Dam, freelance journalist gespecialiseerd in Afghanistan.


Een boek is een journalistieke uitkomst. Een bron hoeft niet overgeslagen te worden omdat de deadline nadert (al moet je de darlings killen), het verhaal hoeft niet korter om in de kolommen te passen. Je hebt de tijd en de ruimte. En dat resulteert in veroveringen in de journalistiek. Door de Amerikaan STEVE COLL bijvoorbeeld.

Coll werkte wel op de redactie van de Washington Post, maar door al zijn ervaringen in Afghanistan sinds de jaren tachtig, wist hij een top-boek te ontwerpen: Ghost Wars, the secret history of the CIA, Afghanistan, and Bin Laden, from the Soviet Invasion tot September 10 (uitgeverij Penguin, 2001). Het was voor mij een Bijbel, als debutante in de non-fictie boekschrijverij. Het heeft niet alleen de omvang van het religieuze boek, maar het hield me ook voortdurend voor hoe ik journalistiek moet bedrijven. Zoals wel vaker met deze iconen van journalisten barst het van de bronnen. Bij het omslaan van elke pagina zat ik in spanning te lezen of hij daar ook de key-witnsesses had gesproken. En ik ben niet vaak teleurgesteld. Hij weet wat de gedachtengang is op de ministeries, bij de geheime diensten. Alsof hij daar is aangeschoven en hun werk moeiteloos kon beoordelen (het was overigens ook het boek dat Obama las in zijn laatste uren als niet-president). 

Onlangs kwam Coll overigens met een boek over een onderwerp dat al vaak door m'n hoofd was geschoten: De Bin Ladens (uitgeverij Mouria, de Nederlandse vertaling, 2008). Prachtig boek, waarbij door lange gesprekken met de betrokken familieleden (nee, niet Osama himself helaas) een nieuw, opzienbarend beeld neerzet (en soms bevestigd) van gewone, soms puisant rijke en in Amerika geïntegreerde familieleden. Waarvan velen ook schrokken van 09/11.
Het mooie is dat Coll ook zoveel mogelijk de plekken heeft bezocht die hij beschrijft. De moeite die hij er in heeft gestoken – met de luxe van allerlei assistent-journalisten (wauw) - kon hij een compleet beeld schetsen.

Jongens die ook een belangrijk, geloofwaardig en beslissend netwerk hadden en de tijd namen om het verhaal te begrijpen, zijn FRANK WESTERMAN en BART RIJS geweest. Rijs heeft overigens inmiddels de opmerkelijke overstap naar het woordvoerderschap gemaakt. Toen ik hem in die hoedanigheid aan de telefoon kreeg, schrok ik. Hoe kon zo’n iemand met zo’n goed boek, het vak verlaten. Stilletjes hoop ik dat hij infiltreert bij zijn nieuwe werkgever, het ministerie van Buitenlandse Zaken. En er een boek over schrijft. Maar goed.
Van hen is Srebrenica, het Zwartste Scenario (uitgeverij Atlas, 1999). En het gaat over wat Saigon was voor de VS. Ik heb nooit helemaal spits gehad, zoals militairen zouden zeggen, over wat daar is gebeurd, maar daar heeft dit boek verandering in gebracht. Als schrijver van non-fictie kijk ik ook naar de techniek van het verwerken van de informatie. Coll gebruikt quotes, voetnoten (waar ik aantekeningen van maak voor mijn eigen werk), de verleden tijd en laat zijn getuigen dus terug kijken naar toen. Westerman/Rijs doen meer waar ik ook voor heb gekozen: eerst documenten en informatie verzamelen en het aan elkaar knopen, in de tijd schrijven, het reduceren van de quotes, waardoor het een lopend verhaal wordt. Ook zij verlieten hun bureaustoel in Nederland om alles van dichtbij te kunnen zien. En dus beschrijven. Een thriller, in hun geval.

LINDA POLMAN hoort ook thuis in dit rijtje. Het harde werken heeft tot twee veroveringen geleid: 'k Zag Twee Beren (uitgeverij Atlas, later Rozenberg Publishers, 2002) en De Crisiskaravaan (uitgeverij Balans, 2008). Beide een must voor elke student op de school van journalistiek. VN-missies zie je nooit meer hetzelfde na het lezen van 'K Zag Twee Beren en – dat is ook prachtig aan een goed boek – je leest de krantenartikelen ook kritischer nadat je dit heb verorberd.
Met de Crisiskaravaan heeft ze een ander onderwerp te pakken dat actueel blijft: de hulpverleningswereld. In de ‘normale’ journalistiek, de snelle jongens onder ons, is er geen tijd voor dit soort doorwrochte analyses die uiteindelijk een kraakhelder beeld achterlaten.  Elk conflict waar de NGO’s en VN’ers invliegen zou verslagen moeten worden door journalisten die met deze boeken onder hun arm lopen.

Voor de lezer die denkt: ik krijg het benauwd van een boek schrijven (wat ik niet snap, overigens), probeer es een stuk te slijten van twaalf pagina’s zoals MATTHIEU ALKINS deed in de Harpers’ Bazaar: The Master of Spin Boldak: Undercover with Afghanistan’s drug-trafficking border police. Deze jongen – een top-freelancer – heeft zich mee laten voeren met de drugsjongens in het gevaarlijke zuiden van Afghanistan, goed zijn research gedaan en legt en passant Afghanistan even uit. Briljant. Waar mijn oog wel over viel was dat hij zich stil heeft gehouden over zijn journalist-zijn toen hij de grens van Afghanistan over ging. Hij heeft ongezien jan en alleman kunnen spreken, maar in hoeverre is dat fair naar je bronnen toe?

BETTE DAM is freelance journalist, onder andere voor Vrij Nederland en de Wereldomroep. Ze publiceerde in augustus 2009 het boek 'Expeditie Uruzgan', de weg van Hamid Karzai naar het paleis (uitgeverij Arbeiderspers). Het boek is twee keer genomineerd: voor de Bob den Uyl-prijs en de Dick Scherpenzeel-prijs. Bij de uitreiking van de Dick Scherpenzeel-prijs, vorige week, maakte Bette zich hard voor onafhankelijke journalistiek.
    

 « Terug

Reacties (0)