Downloadverbod is ferme stap in verkeerde richting


Geplaatst: 13-04-2011
Geplaatst in: FLA, Internet

Het kabinet wil het auteursrecht beschermen met een downloadverbod. Dat lijkt in het belang van individuele makers maar in feite bewijst het kabinet hen daarmee een kwade dienst, vindt Pierre Spaninks (bestuurslid en tot voor kort voorzitter van de FreeLancers Associatie).

In zijn langverwachte Speerpuntenbrief auteursrecht 2020 behandelt staatssecretaris Teeven van Justitie een groot aantal onderwerpen. Een daarvan trok meteen alle aandacht: het bestrijden van websites die inbreuken op het auteursrecht mogelijk maken. Als het aan het kabinet ligt, komt er, behalve het al bestaande verbod om auteursrechtelijk beschermd werk te uploaden, ook een verbod voor individuele gebruikers om dat werk te downloaden.

Een downloadverbod is in de praktijk alleen te handhaven door tot in detail te controleren wat mensen op internet uitspoken: wie bezoekt welke sites en wie haalt welke bestanden binnen? Zo verscherpt het kabinet de tegenstelling die in de publieke opinie toch al bestaat tussen het recht van internetgebruikers om in vrijheid informatie met elkaar te delen, en het recht van auteurs op bescherming van hun intellectuele eigendom. Hoe is dat te rijmen met Speerpunt 1, namelijk het vertrouwen in auteursrecht verstevigen?

Trouwens, voor wie even verder nadenkt, is die tegenstelling maar schijn. Auteurs en andere makers hebben niet alleen belang bij een sterk auteursrecht, maar ook bij een vrij internet. Auteursrechthebbenden, en zeker journalisten, kunnen niet zonder. Een vrij internet is broodnodig om op de hoogte te blijven van de toestand in de wereld, om research te doen, om contact te houden met hun bronnen, hun collega’s, hun opdrachtgevers en hun lezers. En om hun werk te publiceren en om daar reacties op te krijgen die hen weer voeden. Andersom worden burgers steeds meer afhankelijk van de vrije schrijvers die hun teksten op internet publiceren.

Want aan de bron van de stroom van content staat het oorspronkelijke werk. Niet alleen dat van mensen die zichzelf als journalist beschouwen en die met het verzamelen, analyseren, presenteren en becommentariëren van het nieuws hun brood verdienen. Ook dat van andere deskundigen die hun kennis en visies delen. Zonder zulke “gekken” zou het droef gesteld zijn – misschien niet direct met de kwantiteit maar zeker met de kwaliteit van de informatie op internet. Zonder hen zou internet het domein worden van reclamemakers, propagandisten en herkauwers. En dat is niet bepaald het internet waar voorstanders van de vrijheid van informatie de straat voor op zouden gaan.

Het is jammer dat deze visie, die rekening houdt met de rechten van burgers én die van de makers, nauwelijks aandacht krijgt in de media. Buma/Stemra juicht het voorstel van Teeven toe, en daardoor ontstaat de indruk dat alle auteursrechthebbenden voor een downloadverbod zijn (en dat alle auteursrechthebbenden musici zijn, maar dat terzijde). Polarisatie trekt nou eenmaal meer aandacht.

Volgens de FLA is dé belangrijkste boodschap dat de rechten van auteurs geen concrete betekenis hebben zonder vrij internet, en dat een vrij internet een dode mus is als daar geen content te vinden is van vrije schrijvers van wie zowel de morele als de materiële rechten erkenning en bescherming krijgen.

In dit licht bezien is de standpuntenbrief van staatssecretaris Teeven een ferme stap in de verkeerde richting. Door in naam van het auteursrecht een downloadverbod aan te kondigen en daarbij niet meteen duidelijk te maken hoe de privacy van de internetgebruikers gewaarborgd gaat worden, bewijst hij zowel auteurs als gebruikers een kwade dienst.

 « Terug

Reacties (0)