"Hoe vaak heb je vanmorgen gezegd dat je niet goed kunt schrijven?", vroeg ik de Pulitzerprijswinnaar. Het was geen openingszin die ik van te voren had kunnen bedenken. Je verwacht ook niet dat een sterjournalist als Jacqui Banaszynski daar zo veel nadruk op legt. Zelfs niet op 1 april.
(door FLA-voorzitter Arjan van der Knaap)
Het was de dag van de Conferentie Verhalende Journalistiek. Verwachtingsvol namen we plaats in de collegebanken van de Universiteit van Amsterdam. De perfecte plek om zo'n 150 journalisten even te laten vergeten hoe gehard en geroutineerd ze zijn. Maar keynotespeaker Jacqui Banaszynski blijkt van het kaliber dat daar geen entourage voor nodig heeft. Met een elegant web van verhalen demonstreerde ze hoe je integer kunt jongleren met aandacht en gevoelens. Ogen werden vochtig. Hier en daar klonk een snik. Journalisten die gewend zijn om heer en meester te zijn over hun eigen universum leerden dat het ook anders kan.
Vanaf het allereerste moment kiest ze de kortste weg naar de onderbuik. Ze opent met overpeinzingen rond het overlijden van haar moeder. Grossiert rijkelijk met details over de totstandkoming over ‘Aids op het platteland’ dat haar de status van Pulitzerprijswinnaar opleverde. Het groeiende ongemak bij het gehoor over dit voyeurisme neemt ze weg met een voorbeeld op een gedurfde jacht op het verhaal achter een meisje dat kilometers door de nacht dwaalde op zoek naar hulp na een auto-ongeluk waarbij haar vader het leven liet. "I want to awesome people. That's an idealistic goal, but I don't apologize for that."
Twee verhalen
In een gloedvol verslag over haar ervaringen in Afrika legt ze uit waarom dat oké is. Met wijdse gebaren en in een hypnotiserend ritme schetst ze de machteloosheid die haar overviel toen Sundanese moeders hun zieke baby's in haar armen drukten. "Omdat ik blank was, dachten die arme mensen dat ik arts was en hun kind beter kon maken. Ik stond daar met alleen pen en papier." In de diepdonkere Afrikaanse nachten dringen de geluiden van ruzies, wilde beesten, vrijpartijen en schitterend gezang zich op. Dat gezang, wordt haar de volgende morgen uitgelegd, is de manier waarop levenslessen worden overgedragen van generatie op generatie. De behoefte aan verhalen is universeel, stelt Banaszynski. En volgens sommigen zijn er maar twee verhalen: 'vreemdeling komt naar stad' en 'man gaat op avontuur', heeft iemand haar wel eens gezegd. Of het waar is, laat ze in het midden. Het is in ieder geval een aardig richtsnoer voor journalistieke verhalen.
Persoonlijke brief
Niet dat dat makkelijk is. De inzichten uit Sudan drukken zwaar op de schouders van Banaszynski. Haar drang om haar indrukken te delen met haar publiek heeft een verlammende uitwerking. Ze kan het schrijven twee weken probleemloos voor zich uitschuiven, maar dan moet er toch echt iets gebeuren. Maar hoe meer ze probeert om haar ervaringen in een artikel te vervatten, hoe verder ze zich van haar doel verwijderd voelt. Het ongeduld van de eindredactie helpt haar niet. Als een vriendin haar bestraffend toespreekt, schrijft Banaszynski haar een brief. Het verhaal wil dat ze nog aan het tikken was toen de schoonmakers 's morgens om zes uur op de redactie arriveerden. Als ze de tekst al lezend van de printer raapt, begint ze te beseffen dat ze de basis voor haar verhaal in handen heeft. "Mijn vingers vingers leren me wat mijn verstand nog niet weet", vat ze het fenomeen later treffend samen.
Klankbord
Verhalende journalistiek is niet iets wat je in je eentje achter een toetsenbord doet. Om te beginnen moet je op zoek naar kleurrijke karakters met krachtige verhalen. Maar het is ook een valkuil om te denken dat je vervolgens wel in je eentje verder kunt. In haar afsluitende keynote 's middags breekt ze het schrijfproces op in zes fasen. Daar is lef voor nodig. Het lef om open te staan voor nieuwe ideeën, het lef om te twijfelen, het lef om alle zintuigen te gebruiken en het lef om te debatteren. "Hoe meer ervaring je opdoet, hoe belangrijker het is om een goede editor te hebben", stelt Banaszynski. Al pratend kom je dichter bij je drijfveren. "You don't have to do this work, unless you have to do this work." Zo is het belangrijk om te kunnen discussiëren over de focus van je verhaal. Na het winnen van de Pulitzer Prize ervoer ze aan den lijve hoe het is om eenzaam aan de top te staan. Als haar vertrouwde collega’s vertrekken, krijgt ze andermaal te maken met writer's blocks. Dan ligt de verleiding van het gemakkelijke, standaard nieuwsartikel op de loer. Banaszynski lost het op door samenwerking te zoeken met een ander zwaargewicht in de journalistiek.
Geen kunstje
"Vijf keer", luidt het antwoord op mijn openingsvraag. Op de borrel na de conferentie legt Banaszynski uit waarom ze zo nadrukkelijk zegt dat ze niet goed kan schrijven. Op dat moment denk ik terug aan haar workshop over verhaalstructuren van die middag en snap dat haar keynotes waren opgebouwd als 'Broken Narrative'. Pas in de uren na ons gesprek begin ik me te realiseren waarom ze zo hamerde op de grenzen van haar kunnen. Verhalende journalistiek is geen kunstje. Het is een houding. Het is niet iets wat je in je eentje achter een toetsenbord doet, maar het is het resultaat van een grenzeloze nieuwsgierigheid, bereidheid om te twijfelen en te discussiëren."
Banaszynski reageert enthousiast als ik vertel dat ik voorzitter van de Freelancers Associatie ben. "Dat is geweldig. Dat is zó belangrijk. Er zijn hier zo veel freelancers in de journalistiek. In de VS is dat niet zo. Wij hebben ook niet zoiets als een Freelancers Association", zegt ze met een hand op mijn onderarm. We concluderen dat juist freelancers sterk zijn in bijzondere journalistieke producties zoals verhalen. Zo lang ze maar niet denken dat ze het allemaal in hun piere eentje moeten doen.
« Terug