Freelance journalisten die zelf een boek schreven én in het nieuws waren, vertellen exclusief voor de FLA welke boeken hén inspireerden. In de tweede aflevering van Journalistieke Juweeltjes:
Femke van Zeijl. Afgelopen week kwam haar tweede boek over Afrika uit:
Gin-tonic & cholera.
1. Telling True Stories, A Nonfiction Writers' Guide
Helemaal klem zat ik bij het schrijven van het eerste hoofdstuk van mijn boek Gin-tonic & cholera over het stadsleven in Afrika. En ik wist niet waarom. De verhalen van de mensen die ik had ontmoet in Bukavu, Oost-Congo hadden diepte en de verwikkelingen vaart genoeg, maar ik kon er geen leesbaar geheel van brouwen.
Telling True Stories heeft me toen uit het grootste writers' block in mijn leven geholpen. In dit boek doen gelauwerde Amerikaanse non-fictieschrijvers hun manier van werken uit de doeken. Het boek is een aaneenschakeling van masterclasses voor de non-fictieschrijver van auteurs als Adam Hochschild en Adrian Nicole LeBlanc.
Niet alle persoonlijke strategieën uit het boek zijn voor iedereen werkbaar. De schrijver die zijn synopsis in vergroting aan de wand hing, om er dan vanaf de andere kant van de kamer met een verrekijker naar te turen om er zo 'een andere blik' op te werpen, zal ik niet navolgen. Al was het alleen maar omdat mijn studeerkamer te klein is voor dat soort fratsen.
Maar lezend in het boek ontwikkelde ik mijn eigen schrijfstrategie. Het besef groeide dat ik structuur, karakterontwikkeling, spanningsboog en plot veel uitgebreider in de verf moest zetten voordat ik mijn tekstverwerker ook maar aan zette. Zo ben ik opnieuw begonnen aan het eerste hoofdstuk. Eerst een week puzzelen met briefjes: blauw voor thema's en subthema's, groen voor locatie, geel voor interview of gebeurtenis en nog veel meer.
Uiteindelijk resultaat: een schema van twee A4tjes die als een kleurige plattegrond aan mijn muur hing. Daarna leek het hoofdstuk zichzelf te schrijven.
2. De Afrikaanse boeken van Lieve Joris
Ik heb twee favoriete Afrikaschrijvers, en eentje -
Kapuściński - is niet meer onder ons. De andere is Lieve Joris. Op de middelbare school las ik
Terug naar Congo. Joris trekt daarin door het toenmalige Zaïre, in het spoor van haar heeroom zaliger, de missionaris. Ik was nog nooit buiten Europa geweest, maar wel vastbesloten journalist te worden. In je eentje verhalen schrijven in spannende landen leek me de ultieme levensvervulling.
Op mijn eerste reportagereis in Afrika, acht jaar geleden, zat ze in mijn rugzak. In het meest noordelijke puntje van Mozambique bladerde ik in
Mali Blues, klotsend achterop een pickup van Pemba naar Montepuez. Inmiddels zelf journalist, waardeerde ik toen pas de doeltreffendheid waarmee Joris situaties en mensen beschrijft.
Dans van de luipaard, over de nadagen van Mobutu, kan ik dromen. Toen ik het laatst weer eens herlas, herkende ik ineens de instrumenten die Joris leent uit de gereedschapskist van de literatuur. Het gemak waarmee ze die gereedschappen hanteert zonder de journalistieke inhoud geweld aan te doen, is het kenmerk van de ware literaire journalist.
3. The Zanzibar Chest, Aidan Hartley
Gemengde gevoelens heb ik over The Zanzibar Chest van de blanke Keniaanse journalist Aidan Hartley. Dat komt ook doordat hij indringend de ambivalentie beschrijft van de journalist die in Afrika verslag doet van de gruwelen van oorlog en geweld - en plezier beleeft in zijn werk. Een dubbelhartigheid die ik herken, ook al stort ik me bij lange na niet in dezelfde ellende op het continent als hij jarenlang deed.
Hartley was Reuters-correspondent in Afrika in de jaren negentig. Hij trok met het Tutsi-leger op naar Kigali na de genocide in 1992 en trof er rottende lijken aan in latrines en ontbindende families in hun huiskamers. Hij was daarna getuige van de cholera-epidemie onder de Hutu's in de vluchtelingenkampen net over de Congolese grens en zag in Somalië hoe 'een heel volk zich met overtuiging in het ravijn stortte'. Altijd was hij op zoek naar 'een oorlog die hij de zijne kon noemen'. Hartley beschrijft de kleinzielige ijdelheden van het correspondentencorps en de grote vriendschappen die ontstaan als de kogels je om de oren vliegen.
De tol die hij uiteindelijk betaalt, is hoog: hij belandt in een diepe depressie en stapt uiteindelijk uit de brandhaardenjournalistiek. Hartley woont nu in een boerderij op het platteland van Kenia en schrijft vooral over de bedreigde natuur in zijn vaderland.
Zijn relaas over de journalistieke praktijk is doorweven met de zoektocht naar de geschiedenis van een vriend van Hartleys vader. Maar dat deel van The Zanzibar Chest is niet de reden dat ik het steeds weer uit de boekenkast pak.
Het is vooral de openheid waarmee hij de morele dilemma's van de ambitieuze journalist in een crisisgebied uiteenzet en de eerlijkheid waarmee hij het correspondentenleger van adrenalineridders beschrijft dat van oorlog naar oorlog trekt. Een journalist moet altijd zijn eigen rol blijven evalueren. Aidan Hartley legt die verantwoording in dit boek af – en komt bij tijd en wijle tot de conclusie dat we het anders moeten doen.
FEMKE VAN ZEIJL is freelance journalist, onder andere voor NRC Handelsblad, NRC Next en Vrij Nederland. Deze maand kwam haar boek uit over urbanisatie in Afrika, Gin-tonic & cholera. Ze woonde de afgelopen jaren afwisselend in Utrecht en in zes verschillende Afrikaanse steden.
De eerste aflevering in deze serie, die werd geschreven door Bette Dam, kun je hier teruglezen.