Uit diezelfde tijd herinner ik me een collega-freelancer, laten we haar M. noemen. Ik had er destijds een handje van iedere Sanoma-freelancer De Vraag te stellen: "Heb je getekend of niet?". Ja, zei M., zoals ik op grond van eerdere ervaringen met andere freelancers wel verwachtte. Ik stelde ook altijd een tweede vraag. Een moeilijke, bleek vaak. "Waarom?" De een zei dan bijvoorbeeld dat haar man het contract had gelezen en dat hij het wel een aardig contract vond, de ander zei dat ze het niet echt gelezen had maar 'het zal wel goed zijn'. M. zei: "Ik ben afhankelijk van Sanoma. Ik vind het een rotcontract, maar als ik niet teken, hou ik geen werk over. Ik voel me er slecht bij dus ik heb me voorgenomen andere opdrachtgevers te zoeken en dan kan Sanoma de pot op."
Het vlammende betoog dat ik van de toenmalige voorzitter der FLA kreeg, deed me besluiten lid te worden van deze club en voor ik het wist zat ik in het bestuur. Ik moet zeggen, ik voelde me nogal klein in het begin. Twents HBO-ertje tussen de Amsterdamse academici. Kwaad over Sanoma, kwaad over wat ik hoorde over andere uitgeverijen, dat wel, maar de vraag of ik nou iets kon betekenen hier met mijn kwaadheid, hield me wel eens bezig.
Gaandeweg raakte ik qua freelancer beginner-af. Ik kreeg duidelijk zicht op mijn eigen positie als freelancer, op mijn eigen sterke kanten, op wat ik kon en niet kon. Onontbeerlijk vind ik, als je het niet alleen als journalist goed wilt doen maar ook als ondernemer. Wéten waar je mee bezig bent, dat is volgens mij de sleutel tot een inhoudelijk en zakelijk goed draaiende handel. Vandaar dat ik ook de stelling aanhang dat iemand géén sufferd is als hij of zij slechte contracten tekent, maar wél als daar niet over wordt nagedacht. Zoals die dames die op de mening van hun echtgenoot afgaan, of zij die - ze bestaan echt - eerst tekenen en een week of wat later eens gaan lezen wat ze eigenlijk getekend hebben. Daar kan ik niet tegen. Collega-Sanoma-freelancer M. sprak me meer aan. Ze tekende, maar het contract was voor haar een eye-opener en een ommekeer: zó wil ik niet werken, en daar zal ik zélf iets aan moeten doen.
M. sloeg nieuwe paden in. Niet dat ik haar ooit nog sprak, maar ik hou de Sanoma-bladen natuurlijk in de gaten en ik zag haar naam steeds minder in de colofons. Ook ik sloeg nieuwe paden in. Wat ik al werkend en al besturend leerde, breng ik nu in de vorm van workshops en individuele begeleiding over op andere freelancers. En deze lofrede heb ik gedeeltelijk geschreven in Turkije, waar ik om meer redenen dan werk alleen steeds vaker vertoef en waarover het vrij makkelijk verhalen slijten is.
En binnen de FLA sla ik nieuwe paden in. Ik ga mij nu als voorzitter eh, ontpoppen, nadat ik als penningmeester geen kans heb gehad geheel uit de verf te komen. Ook hier voel ik me geen beginnelingetje meer.
Ik heb, sinds Marijke mij voorzichtig voor het voorzitterschap peilde, natuurlijk nagedacht over wat ik zou willen in mijn 'regeerperiode'. Wat dat betreft is collega M. weer een mooie metafoor. Zij buitte één van de prachtigste kanten van het freelancen prima uit. Hoe minder ze in Sanoma-bladen schreef, hoe meer ik haar naam elders zag opduiken. Met andere woorden: je hóeft je niet te onderwerpen aan de grillen van grote machtige opdrachtgevers. Maar voor M. wordt het moeilijker, en ik merk het bij mezelf ook: steeds meer opdrachtgevers versturen te tekenen gedrochten.
Mijn lof op het freelancen heeft daarom twee kanten. Het is heerlijk om te weten waar je voor staat en daardoor gedoseerd af en toe een opdrachtgever heel erg in de poep te laten zakken. Maar het freelancen wordt pas écht mooi als we met meer mensen zoveel kracht krijgen, dat we onze opdrachtgevers écht zelf kunnen kiezen en er geen eentje meer afvalt wegens wurgcontract, simpelweg omdat die dingen niet meer bestaan. Zodat we echt kunnen doen wat freelancen zo heerlijk maakt: je eigen weg kiezen. Mijn doel, in andere woorden: collega M. met onbezwaard hart terug naar Sanoma!