Leest u 's morgens ook CaMu als eerste? Bladert u snel door naar de columns van Joost Zwagerman, Nelleke Noordervliet, Jan Blokker en straks Martin Bril? Geniet u ook zo van de cartoons van Jos Collignon en van de kritische recensies en de heldere achtergrondverhalen in de bijlagen Kunst, Cicero en Wetenschap? Mooi, dan zijn we het eens: freelancers zijn de smaakmakers van de krant. Zij vullen een kwart van de kolommen, niet met herschreven nieuwsberichten van het ANP of van Reuters, maar met eigenzinnige, prikkelende, opiniërende en informatieve stukken. Freelancers geven uw dagblad smoel.
Jammer dat de grootste krantenuitgever van Nederland, PCM, dat niet doorheeft. Nu heeft PCM wel meer niet door, zo bleek de afgelopen week. Bijvoorbeeld dat romanschrijvers persoonlijke aandacht voor hun werk meer op prijs stellen dan een verdere rendementstoename van een uitgeefmoloch. Of dat je met een te laat opgestart PIM-potje paniekvoetbal natuurlijk niet in één jaar tijd de rijke koning van Internetland kunt worden. Of dat geen enkele zichzelf respecterende redactie van een landelijk dagblad anno 2001 zonder professionele website verder wil.
Maar wat de freelancers betreft, lijkt de PCM-huid wel bijzonder dik. In een artikel in het economiekatern van zaterdag 8 september naar aanleiding van de plannen om de krantensites terug te brengen tot een « teletekst-achtige toepassing » staat dat het onwaarschijnlijk is « dat PCM Uitgevers het doorplaatsen van artikelen uit de krant naar de website zal tegenhouden. In beginsel heeft het concern als houder van de auteursrechten daar het recht toe. »
Als PCM die mening is toegedaan, is er iets ernstig mis met het korte-termijngeheugen van de concerntop. Vorig jaar nog is het bedrijf door de rechter gesommeerd om gedetailleerd inzicht te geven in het auteursrechtelijk misbruik dat in de afgelopen jaren is gemaakt van bijdragen van freelancers. Jarenlang heeft PCM zonder overleg met of financiële vergoeding aan de betreffende auteurs freelancebijdragen doorgeplaatst (onder andere op internet), en zelfs doorverkocht, aan de Nederlandse Pers Data Bank.
Hoe zit dat? Is de inhoud van de krant niet rechtmatig eigendom van de uitgever? Dat mag het geval zijn voor artikelen van vaste redacteuren, die immers bij PCM in dienst zijn, maar het geldt niet voor de bijdragen van freelancers. De honderden gezichtsbepalende freelancemedewerkers van de grote dagbladen verkopen in veruit de meeste gevallen slechts het eenmalig publicatierecht van hun artikelen (wat gezien het geboden honorarium niet onbegrijpelijk is). Het is dus de auteur, en niet de uitgever die bepaalt wat er wel en niet mag worden doorgeplaatst op een website.
PCM heeft het vonnis van de rechter, om inzage in deze kwestie te geven, nog steeds niet naar behoren uitgevoerd, misschien wel uit zorg voor wat daarna volgt: een nieuwe procedure waarin de aan de freelancers te betalen schadevergoeding wordt vastgesteld. Omdat een fatsoenlijke honorering voor publicatie van artikelen op internet intussen uitbleef, hebben veel freelancers, verenigd in de FLA (FreeLancers Associatie, zie www.FLA.nl), het bedrijf verboden hun stukken door te plaatsen op internet. Dat is de reden dat u zoveel smaak- en sfeerbepalende namen nooit tegenkomt op de relatief karige krantensites.
Ook het feit dat PCM zowel boeken als kranten uitgeeft, kan voor een freelancer negatief uitpakken, zo blijkt. Het is gelukkig nog niet zo ver dat er op PCM-sites alleen lovende recensies van PCM-boeken verschijnen, maar er is wel sprake van een merkwaardig koppelingsdenken. Zo kreeg een freelance medewerkster van NRC Handelsblad enige tijd geleden te horen dat zij haar boeken voortaan maar moest uitgeven bij PCM-uitgeverij Prometheus, en dat ze anders niet meer voor de krant hoefde te schrijven. Andere freelancers hebben ervaren dat PCM voor gebundelde columns een lager royaltypercentage wenst te betalen dan gebruikelijk is, met als argument dat het krantenlogo op het boekomslag de verkoop zou bevorderen.
Een coulantere en volwassener opstelling van PCM Uitgevers tegenover freelance medewerkers zou de afgelopen jaren geresulteerd kunnen hebben in een Volkskrant-site die meer is dan een « teletekst-achtige toepassing », en meer dan de zoveelste nieuwsberichtensite op het net. Wanneer PCM zich zou realiseren dat je voor kwaliteitsproducten gewoon hoort te betalen, zouden de columns en artikelen van spraakmakende freelancers als Mulder, Zwagerman, Plasterk en Terreehorst gewoon op het net staan, waar ze óók thuishoren. Dan hadden we een krantensite-met-smoel gehad, die behalve meer bezoekers mogelijk ook meer adverteerders had getrokken.
Freelancers, dáár zou PCM in moeten investeren.
« Terug