Het allerleukste van iemand metzonderbaan zijn is dat niemand op je let. En dat je zelf ook op niemand hoeft te letten. Dat is de vrijheid die je koopt door je freelance te laten onderbetalen...
(Gepubliceerd in De Vrije Schrijver, maart 2000)
Het allerleukste van iemand metzonderbaan zijn is dat niemand op je let. En dat je zelf ook op niemand hoeft te letten.
Dat is de vrijheid die je koopt door je freelance te laten onderbetalen.
Een redactie is een levend organisme. Als een klas. Of een toneelgroep. Of een voetbalteam. Aan zo'n organisme kun je je hechten, wat plezierig is. Dat heb ik een kwart eeuw bij Vrij Nederland ervaren. Het kan ook zijn dat het organisme je afstoot als te weinig lichaamseigen. Dat is onplezierig. Mij overkwam dat bij de Groene Amsterdammer waar ik tamelijk kort hoofdredacteur was.
Plezierig of onplezierig: binnen elk organisme gelden ongeschreven wetten. Het is zoals Theo Bouwman, bestuursvoorzitter van PCM en daarvoor lid van de Raad van Bestuur bij de VNU, het ooit uitdrukte.
Het gaat in dit vak niet om de persoon. Het gaat om het blad.
Waar. En eng. De ongeschreven wetten bepalen wat je van een redactie wel en niet mag zeggen, en zelfs wat je wel en niet mag schrijven.
Dat ligt niet vast in regels, dat gaat ook niet met woorden of argumenten. Dat gaat op grand van het feit dat 'wij van VN' of 'wij van de Groene' of wij van god mag weten wat, van het tijdschrift Sjoel-en Dominosteen, daar nu eenmaal zó over denken en niet zó of nog weer anders.
Binnen elke redactie is er wel iemand die woordenloos belichaamt wat wel en niet kan. Bij Vrij Nederland speelde Igor Cornelissen die rol. Nu zucht hij al zestienhonderd onleesbare pagina's onder het feit dat hij al zijn werkende leven bij het verdorven weekblad is gebleven. Toen was hij de grootmeester van het schampere gelijk. Zei of schreef je iets dat hij niet links genoeg vond, dan tongklakte hij hoorbaar en dan wist je weer wat 'wij van Vrij Nederland' wel moesten en niet mochten vinden.
Om kort te gaan: elke redactie kent een zekere zelfcensuur die je, als je heel positief bent, ook de identiteit van het blad kunt noemen.
Daar heb je als mens metzonderbaan geen last meer van. En dat is, wat u zegt mijnheer, erg bevrijdend.
De keerzijde is dat er zelden of nooit iemand op de terloopse manier van een vertrouwde collega iets zegt waar je wel wat aan hebt.
De vreemdste ervaring die een mens na een kwart eeuw loondienst freelance opdoet is de ontdekking aan den lijve dat een redactie, elke redactie vermoedelijk, een ontzettend sterk naar binnen gekeerde belangstelling heeft. Dat komt waarschijnlijk omdat de freelancer qualitate qua de buitenstaander is die zich niet aan de ongeschreven regels hoeft te houden. Hij is als de fietskoerier die het pakje op het kantoor langs komt brengen. Iedereen kijkt op van het beeldscherm. Iedereen denkt, o `t is maar de fietskoerier. En iedereen is heel even stikjaloers omdat de fietskoerier wel meteen weer naar buiten mag.
Dat is ook de reden, vermoed ik, waarom redacteuren er een eer in stellen om freelancers zo min mogelijk te betalen.
Gehoord op een redactie.
'Johan schrijft dat artikel over de multiculturele kapperswereld.'
'Mooi. Wat vroeg hij?'
'Achthonderd.'
'Wat heb je gegeven?'
'Driehonderd.'
'Klasse!'
'Carla maakt portretten. Ze vroeg drieduizend.'
'En?'
'Voor vijftienhonderd doe ik het niet', zei ze.
'Wat is het geworden?'
'Vijfentwintighonderd.'
'Shit.'
Het geringe loon naar weken is de wraak van de redacteur waarmee de freelancer zijn vrijheid krijgt ingepeperd. Van twee kanten weet ik nu dat het geen zin heeft om met gele kartonnetjes te gaan zwaaien waarop de tarieven van de NVJ vermeld staan.
Logisch.
Voor wie zich niet aan de ongeschreven regels hoeft te houden gelden de afspraken op papier natuurlijk ook niet.