Pieter Lomans legt uit dat terwijl de taal van iedereen is, sommige expressies daarvan wel degelijk beschermd zijn. Je mag andermans woorden niet zomaar overnemen. Dat heet: diefstal. En dat is precies wat er gebeurt.
(Gepubliceerd in Eindhovens Dagblad, 30 maart 1999)
Het alfabet gaat van A tot Zet. Zesentwintig letters waarmee je woorden kunt smeden. Iedereen kan het, iedereen mag ermee aan de slag. Voor het gebruik van een A of E hoeft geen copyright of auteursrecht betaald te worden.
Met woordgebruik is het niet anders. « De », « het » en « een » zijn voor iedereen gratis beschikbaar. Aan het eind van het jaar staat niemand voor de deur met een rekening voor de zelfstandige naamwoorden die jij het afgelopen jaar hebt gebruikt. Recycling is juist prettig. Doordat iedereen dezelfde woorden gebruikt begrijpen we elkaar tenminste.
Letters zijn het DNA van de taal. In de juiste combinatie maken ze levensvatbare, begrijpelijke woorden die graag willen overleven. De succesvolle woorden gebruiken we als voertuigen voor onze geest. Wat we denken, willen we zeggen. Wat we zeggen denken we.
Een verhaal is meer dan een verzameling letters en woorden. Het bevat gedachten in taal. Wat zit daarin? Persoonlijkheid. Een vingerafdruk van de hersenen van de schrijver. Hij gebruikt bekende, soms al versleten woorden. Maar zijn verhaal is nieuw, uniek, van de schrijver zelf.
Wie een boek of krant leest, kijkt daarom naar meer dan letters en woorden alleen. Hij loert in andermans hoofd. Daar is niets op tegen. Een schrijver is een exhibitionist. Hij schrijft woorden die bekeken willen worden.
Schrijven is werken. Een freelance journalist is een schrijver. Hij verkoopt zijn teksten, &« tenzij anders aangegeven », voor eenmalig gebruik. Eén keer kan de tekst worden afgedrukt. Bevalt de tekst, en willen lezers of uitgevers de tekst nog vaker zien afgedrukt, dan moet er een nieuwe overeenkomst worden gemaakt.
In het digitale tijdperk woedt een hevige strijd over het hergebruik van teksten. Wat in een krant of tijdschrift is verschenen, plaatsen uitgevers soms zonder blikken of blozen ook op het internet. Ongevraagd. Op CD-rom. Op een databank waar « derden » tegen betaling toegang kunnen krijgen. De freelancer wordt niks gevraagd. Dat is digitale diefstal.
Achtentwintig februari hadden we een bijeenkomst in Amsterdam bij een advocaat. Nicolaas Matsier was er. En Max Pam. Herbert Blankensteijn en Theodor Holman. Vincent Icke, Liesbeth Koenen, Rik Smits, Johannes van Dam. We besloten NRC Handelsblad, Het Parool, De Volkskrant en Media Resultant in een kort geding te dagvaarden vanwege het exploiteren van een elektronische databank met onze teksten. Zonder onze toestemming.
Mede-eisers: Rudy Koesbroek, Rita Kohnstamm, Jaap van Heerden, Ileen Montijn, Hans Ree, Maarten van Rossem, Ewoud Sanders, Abram de Swaan en Bernadette de Wit. Onder andere.
Gisteren zou het kort geding hebben gediend. Dat is enkele weken opgeschort, omdat beide partijen druk aan het overleggen zijn. Een ding is in ieder geval duidelijk: digitale diefstal kan écht niet.
« Terug