| donderdag 14 januari 1999 | |
|
Max Pam fileerde in een stuk voor NRC Handelsblad het zogeheten tweeprocents-voorstel dat de PCM-kranten aan hun freelancers deden. Hoezo beroept PCM zich op de twijfel of ze winst kunnen maken met internet? Is dat zíjn risico, of het hunne? (Gepubliceerd in NRC Handelsblad, 15 januari 1999) Letten journalisten wel op hun saeck? Ik heb er mijn twijfels over sinds ik van drie hoofdredacteuren een schrijven heb ik gekregen om mijn auteursrechten over te dragen voor elektronisch hergebruik. De bij de PCM aangesloten dagbladen willen graag mijn stukken en stukjes hebben om die op het Internet en op de kabelkrant te kunnen publiceren. Ze willen ze gebruiken voor CD-roms en voor elektronische knipseldiensten. Van al die stukken en stukjes willen ze de rechten voor een langere tijd, ze willen namens mij kunnen onderhandelen met derden en ze willen ook nog exclusiviteit. Dat is nogal niet wat. Hoeveel stukken en stukjes zou ik in de loop der jaren voor NRC Handelsblad, de Volkskrant, Het Parool en Trouw hebben geschreven? Het aantal moet ergens in de buurt van de vijfduizend liggen, misschien zijn het er wel meer. Jezus, wat is dat hard gegaan. In het schrijven van de hoofdredacteuren wordt meegedeeld dat de beroepsorganisaties NDP (uitgevers) en NVJ (vakbond van journalisten) inmiddels een akkoord hebben bereikt voor journalisten in vaste dienst: « Zij krijgen met terugwerkende kracht gedurende een proefperiode van drie jaar een toeslag van 0,5 procent op hun salaris ». 0,5 procent! Ik kijk naar dat percentage en kan mijn ogen bijna niet geloven. Wat een geweldige onderhandelaars zijn dat geweest van de NVJ! Eigenlijk is hier geen sprake van onderhandelen, maar meer van verkwanselen. Dat de NDP streeft naar een zo laag mogelijk percentage kan ik begrijpen, maar dat al die journalisten in vaste dienst daar genoegen mee hebben genomen en geen bom bij hun vakbond naar binnen hebben gegooid, kan ik moeilijk vatten. Zijn zij niet trots op hun werk? Je kunt voor de overdracht van al je rechten beter niks hebben, dan je voor 0,5 procent laten beledigen. Zelf ben ik freelancer. De freelancer heeft het nadeel dat hij vaak als oud vuil wordt behandeld, maar hij heeft het voordeel dat zijn auteursrechten bij hem blijven. De bij de PCM aangesloten kranten willen die rechten nu van mij overnemen voor « twee procent bruto van het door u in 1998 bruto verdiende 'zuivere' honorarium (dus zonder onkosten e.d.) ». Aandoenlijk, die dubbele verzekering dat het bruto-bruto is, en zuiver, en zonder aftrek van onkosten e.d. In mijn geval zou dat betekenen, zo heb ik uitgerekend, dat ik voor nog geen kwartje per stuk afstand doe van al mijn auteursrechten. Hahaha! Volgens het hoofdredacteurlijk schrijven kan er niet meer worden betaald omdat er voorlopig geen winst wordt gemaakt op het elektronisch hergebruik. Maar is dat niet juist het risico van de ondernemer? Stel je voor dat de PCM tegen de papierfabrikanten zou zeggen: « Hartelijk dank dat u ons al dat papier wilt leveren, maar wij betalen u pas als wij winst hebben gemaakt ». Wat verder in het schrijven natuurlijk weer opvalt, is de hondse toon waarop freelancers worden aangesproken. « De uitgever erkent hiermee in ieder geval », zo staat er, « dat ook freelance medewerkers gehonoreerd moeten worden voor elektronisch hergebruik ». Hoezo erkennen? Deden ze dat niet? Het is alsof je van de Nederlandse staat een briefje krijgt waarin wordt erkend dat de televisie die bij jou in de huiskamer staat ook echt van jou is. Verder lees ik dat de hoofdredacteuren, « gelet op de moeizame discussies tussen NDP en NVJ, van mening zijn dat het niet vruchtbaar is over de hoogte van de aangeboden vergoeding met elkaar in de debat te gaan ». Ja maar, sorry, die auteursrechten berusten bij mij en ook al vliegen NDP en NVJ elkaar honderd maal per dag in de haren, u zult toch bij mij en bij mij alleen moeten zijn als u de rechten wilt verwerven. Wat mij in deze kwestie nog het meeste stoort, is dat hoofdredacteuren zich als zetbaas van hun uitgever laten gebruiken. Maar ik wil met mijn hoofdredacteur helemaal niet over geld praten, ik wil met mijn hoofdredacteur over journalistieke zaken praten. Ik wil ook helemaal geen ruzie. Ik wil alleen geen fooi, maar een redelijke vergoeding. Medewerkers aller kranten verenigt u! |